Contactgegevens:

Praktijk Bergen op Zoom
Statietjalk 21
4617 GN Bergen op Zoom
tel: 0164 - 25 06 45
(tussen 08.30 uur en 12.00 uur maandag t/m donderdag voor afspraken, vragen etc.)
fax: 0164 - 23 67 78
gsm: 06 - 51 28 37 13
(alleen bij spoed)
e-mail: info@guidosanen.com

Filiaal Den Haag
Laan van Meerdervoort 205
2517 BC Den Haag
tel: 070 - 34 52 210

Alternatieve/complementaire geneeswijzen in gevaar
Artikel A. Fialka over straling


Stralingsvrij en gezond wonen in de Reeshof (Tilburg)

In de vakantie-editie 2007 (nr. 159) van de Reeshof Info, heb ik een reactie gegeven over de situatie van de plaatsing van UMTS masten in de Reeshof. In recente publicaties (juli 2007) stelt de overheid dat wonen in de omgeving van GSM en/of UMTS masten niet gevaarlijk voor de gezondheid zijn. Ik vind dat u dan ook het recht heeft de mening en conclusies van de tegenhangers van de straling te horen en vraag uw aandacht dan ook voor het volgende.

Steeds meer mensen klagen dat ze last ondervinden van de blootstelling aan hoogfrequente straling. Denk hierbij aan o.a. concentratieproblemen, migraine, hoofdpijn, duizeligheid, hartkloppingen, slapeloosheid, depressies, verhoogde bloeddruk, brandende huid, oogproblemen, tintelingen, tremoren, kramp (nek, schouders, kuiten), versprekingen, problemen met hormoonhuishouding, vergeetachtigheid en moeilijk uit woorden kunnen komen. Wat schadelijkheid betreft, hanteert de Gezondheidsraad een aparte norm: zolang de biologische effecten redelijkerwijs door het menselijke lichaam te herstellen c.q. compenseren zijn, worden de effecten niet-schadelijk geacht. Wetenschappelijk is inderdaad nog niet keihard bewezen dat de eerder genoemde biologische effecten onoverkomelijke gezondheidsklachten veroorzaken, maar de aanwijzingen op de langere termijn (epidemiologische studies) geven een weinig rooskleurig beeld. Ik kom daar later nog op terug.

De Gezondheidsraad stelde al in 2000 vast dat het absoluut geen kwaad kon, in de buurt van een GSM-basisstation te wonen. Van overmatige opwarming van het lichaam door de straling of van andere effecten op de gezondheid was niets gebleken. Men heeft getest wat directe straling doet met een menselijk lichaam in een bepaald tijdsbestek. De gezondheidsraad baseerde zich op het onderzoek van TNO in 2000. Een onderzoek van de Universiteit van Zurich in 2006, was voor de toenmalige staatssecretaris van Geel (milieu), een bevestiging dat GSM/UMTS masten in algemene zin ongevaarlijk zijn. Echter zijn conclusie was wel erg kort door de bocht. Men beperkte zich tot de zogenaamde neurologische effecten op korte termijn. TNO en de Universiteit van Zurich hebben proefpersonen gedurende 30-45 minuten blootgesteld aan hoogfrequente straling op niveaus die vergelijkbaar zijn met de blootstellingniveaus in woningen vlak bij zendmasten. Met behulp van vragenlijsten werd het effect op welbevinden, concentratievermogen etc, bepaald. In het kort komen deze studies er op neer dat TNO relatief milde neurologische effecten vond (2000/2003), en de Universiteit van Zurich geen enkel significant effect (2006). De algemene conclusie die men aan deze onderzoeken mag verbinden is dat men zich geen grote zorgen hoeft te maken als men 45 minuten op bezoek gaat bij iemand die vlakbij een zendmast woont. De vraag wat er dan gebeurd als je langer wordt bloot gesteld, komt gelijk bij mij op. De gezondheidsraad neemt ogenschijnlijk genoegen met de conclusie over kortstondige blootstelling.

Ik heb over langdurige blootstelling informatie kunnen terugvinden op de website van Kennis Platform Veilig Mobiel Netwerk. Men gaat daar wel verder in op de Neurologische effecten op de middellange termijn. De interpretatie van voormalig staatssecretaris van Geel van het bovengenoemde Zwitserse onderzoek was echter ruimer: hij stelde op basis van dit onderzoek (korte termijn) dat UMTS straling in algemene zin ongevaarlijk is, zoals gepubliceerd in het persbericht van 6 juni 2006 getiteld "Geen enkel effect UMTS-straling op gezondheid". De Zwitserse onderzoekers zelf waren het oneens met deze extrapolatie van hun onderzoeksgegevens naar langdurige blootstelling. De laatste zin van hun wetenschappelijk artikel van augustus 2006 luidt: "Regarding the implications for public health because of widespread exposure in the living environment, no conclusions about long-term effects of UMTS base station-like EMF can be drawn from the present study, since only a short-term exposure was applied" (2006). Ik heb deze laatste zin van het wetenschappelijke artikel in de originele taal laten staan, om deze niet te ontkrachten. Maar het komt er in het kort op neer dat uit hun onderzoek geen conclusies mogen worden getrokken over de gezondheidseffecten bij langdurige blootstelling van straling, omdat hun onderzoek strikt genomen was gebaseerd op kortstondige blootstelling.

Op basis van de conclusie over kortstondige blootstelling heeft de Overheid de afgelopen jaren beweerd dat straling van GSM en UMTS masten in woonkernen niet gevaarlijk is. Het recente onderzoek op 211 locaties van juli 2007 door het Agentschap Telecom van het ministerie van Economische Zaken bevestigt volgens de overheid dat de elektromagnetische straling rond de zendmasten ver onder de limieten ligt die in Nederland gelden. Het is wederom het Ministerie van Economische zaken die een onderzoek laat uitvoeren over een zaak die de volksgezondheid aan gaat. En waar is de Minister van Volksgezondheid in dit geheel? De conclusie is haast te simpel voor woorden. Het economische belang lijkt duidelijk een hogere prioriteit te hebben. De overheid kan zich niet veroorloven de telecom bedrijven te beperken in hun wens verder uit te breiden. Deze rechten zijn voor miljarden verkocht en zijn door de telecom bedrijven ongetwijfeld contractueel goed vastgelegd. Men zou de verantwoordelijke minister en/of staatsecretarissen mogen verwijten niet zorgvuldig te zijn geweest met het trekken van de juiste conclusies. Wat men de regering zeker mag verwijten dat zij het gehele rapport niet ter beschikking heeft gesteld aan de 2e kamer. De motivatie hierachter is dat men vond dat de conclusies niet beoordeeld konden worden door niet gekwalificeerde mensen. Als ik het commentaar van de Universiteit van Zurich lees over de neurologische effecten op de middellange termijn, dan vraag ik mij af welke kennis daar dan voor nodig zou zijn.

Wat ik ook nooit heb begrepen is dat de Gezondheidsraad hun mening baseert op metingen en niet op bijvoorbeeld wetenschappelijke epidemiologische studies. Een epidemiologische studie gaat na of er een statistisch verband bestaat tussen een bepaalde factor en het optreden van een ziekte en bepaalt dan het belang van dit verband.
Bij tal van ziektebeelden, zoals o.a. bij leukemie, wordt onderzoek gedaan over een gegeven tijdsperiode op basis van ziekteklachten en/of verschijnselen, leeftijdgroepen in relatie tot een regio of bijvoorbeeld een bepaalde industrie of andere bron. De straling van GSM/UMTS is te vergelijken met blootstelling aan bijvoorbeeld radioactief materiaal, maar in een veel mildere vorm. Het is een bekend gegeven dat hoe langer men bloot gesteld wordt aan straling, hoe groter de schade. De schade is natuurlijk persoonsafhankelijk, omdat niet iedereen de dezelfde gezondheid bezit. Ouderen, kinderen en zieke/zwakke mensen zijn natuurlijk veel vatbaarder en dat beperkt zich natuurlijk niet alleen tot straling.

Welke studies zijn dan wel relevant voor mensen die niet 30-45 minuten worden blootgesteld, maar 4000-8000 uur per jaar, zoals omwonenden of werkzaam zijn in nabijheid van zendmasten (ook tijdens de slaap, gedurende welke periode men nog vatbaarder is). Het kennisplatform acht de beschikbare epidemiologische studies en rapportages van groepen artsen in dit opzicht het meest relevant. Ik heb mij de afgelopen jaren verdiept in de materie straling en aanverwanten, omdat privé omstandigheden mij daartoe dirigeerde. In tegenstelling tot wat de Nederlandse Overheid laat onderzoeken, zijn er dus ook andere onderzoeken geweest waar men wel vanuit de ziekteklachten heeft onderzocht, wat niet tot mijn verbazing tot geheel andere conclusies leidt. Echter deze onderzoeken, zoals epidemiologische studies, worden door overheidsinstanties constant weggewuifd of gebagatelliseerd, maar ik wil ze de lezer toch niet onthouden.

In de wetenschappelijke literatuur is tot nu toe in zeven artikelen verslag gedaan van vier onafhankelijke epidemiologische studies, uitgevoerd in Frankrijk, Spanje, Egypte en Oostenrijk. In alle vier de studies wordt een statistisch verband gevonden tussen de incidentie van hoofdpijn en de mate van chronische blootstelling aan de straling van een nabij gelegen zendmast. In de eerste studie van Santini uit 2002 in Frankrijk en de tweede van Navarro (2003) in een Spaanse stadsbuurt werden mensen via een enquêteformulier gevraagd om aan te geven hoe vaak ze van bepaalde klachten last hadden en hoe ver ze van een basisstation af woonden. Navarro onderzoekers gingen ook bij de circa honderd respondenten langs om de stralingsbelasting in de slaapkamer te meten. Beiden onderzoekers vonden een significant verband tussen de afstand tot een mast en een serie van klachten, vooral hoofdpijn, vermoeidheid en prikkelbaarheid: mensen die vlakbij een zendmast woonden hadden veel vaker klachten als mensen die verder dan 500 meter daarvandaan woonden. Navarro vond ook een statistisch verband tussen de gemeten stralingsbelasting en een serie van klachten. Deze resultaten van Santini (2002) en Navarro (2003) werden bekritiseerd, omdat de geënquêteerden op de hoogte waren van het doel van het onderzoek: de relatie tussen de afstand tot een zendmast en het optreden van klachten. Dit kan leiden tot een vertekening van de antwoorden (de zogenoemde 'reporting bias'). Hoewel deze onderzoeken dus onder bias kunnen lijden, maakt het gevonden verband tussen stralingsbelasting en klachten (Navarro 2006) de resultaten sterker.

De beste studie tot nu toe is Hutter (2006), met 365 respondenten in twee verschillende regio's van Oostenrijk, rond tien zendmasten op verschillende plekken. Ook zij enquêteerden mensen en maten de stralingsbelasting in de slaapkamer en deden daarnaast een serie cognitieve tests. Ze kozen hun plekken ook zorgvuldig: de basisstations mochten geen onderwerp van protest zijn geweest. Zij vertelden niet tegen de respondenten dat het onderzoek met de zendmasten van doen had, maar zeiden ze dat het ging om een onderzoek naar de invloed van een aantal milieu factoren, waaronder verkeerslawaai, fijn stof en basisstations. Op die manier vermeden de onderzoekers de reporting bias, waar de resultaten van Santini en Navarro aan kunnen lijden. In de enquête vroegen Hutter niet alleen naar de ervaren klachten, maar ook naar het oordeel van de respondenten over de invloed van deze milieufactoren op de menselijke gezondheid. Op deze manier konden ze later hun resultaten corrigeren voor het subjectieve negatieve oordeel, dat mensen misschien in ieder geval al hadden over de schadelijkheid van de straling van antennemasten. De meeste mensen (ca 60%) bleken daar trouwens geen zorgen over te hebben. Hutter formuleren hun belangrijkste conclusies als volgt: "Exposure from mobile phone base stations is orders of magnitude below current guideline levels. Self-reported symptoms like headache and difficulties in concentrating show an association with microwave exposure from base stations, not attributable to subjects' fear of health effects from these sources". Wat zoveel betekent dat de conclusie van Hutter is dat gerapporteerde klachten in het onderzoek zoals o.a. hoofdpijn niet worden beïnvloed door angst of negatief oordeel over deze bronnen, zoals o.a. GSM-masten.

Tenslotte kwam Abdel-Rassoul in een eenvoudig uitgevoerde studie in Egypte tot de waarneming van een meer dan twee maal hogere incidentie van hoofdpijn bij omwonenden van zendmasten in vergelijking met een ('gematchde') controlegroep (Abdel-Rassoul, 2006).

Hoewel er wellicht terechte kritiek is te geven op de methodologie van Santini en Navarro en op de eenvoudige studie van Abdel-Rassoul, zijn deze studies niet fundamenteel ontkracht. De recente studie van Hutter is methodologisch beter opgezet en komt tot dezelfde conclusies.

Er zijn bovendien geen epidemiologische studies in de wetenschappelijke literatuur verschenen die dit statistische verband tussen de afstand tot een zendmast en klachten zoals hoofdpijn niet laten zien. Dit is relevant, want vier jaar is ruim voldoende tijd om een tegen-studie op te zetten, uit te voeren en te publiceren. Wellicht wilden de organisaties die straling niet als een bedreiging zien hun vingers niet branden aan een mogelijk onderzoek, omdat ze geen grip konden uitoefenen hebben op een mogelijke uitkomst.

Het is dus gerechtvaardigd om te stellen dat er nu consensus bestaat in de inhoudelijke wetenschappelijke vakliteratuur dat de chronische blootstelling aan de straling van GSM zendmasten tot hoofdpijn, migraine, etc leidt bij een deel van de omwonenden. Gezien de grote overeenkomsten in termen van frequentie en signaalvorm is er geen reden om aan te nemen dat dit voor UMTS zendmasten veel anders is.

Minister Cramer van VROM geeft aan geheel te leunen op de adviezen van de Gezondheidsraad en de (thermische) blootstellinglimieten en niet inhoudelijk op individuele onderzoeken die neurologische effecten aantonen (zoals Hutter, 2006) in te willen gaan. Maar wat zou de minister van Volksgezondheid Dhr. Klink hiervan vinden of gaat het economische belang boven gezondheid? Ik denk dat u dezelfde conclusie zult trekken als ondergetekende.

Naast de hiergenoemde epidemiologische studies hebben, gedurende de periode 1993-2004, vijf Duitse vooraanstaande artsen een onderzoek gedaan in het plaatsje Naila naar de relatie tussen elektromagnetische milieuverontreiniging en kanker. Hun bevindingen zijn zondermeer verontrustend. Gedurende de periode 1993-1999 is het aantal gevallen van kanker in de omtrek van 400 meter van GSM-masten verdubbeld. Gedurende de periode 1999-2004 is dat verdrievoudigd. Hun conclusie is dat de kans op risico op kanker in het 11e jaar ten opzichte van het
1e jaar van hun onderzoek, het leven gemiddeld verkort met 8,5 jaar. In 2004 is er een gelijkwaardig onderzoek gepresenteerd wat is uitgevoerd in Netanya (Israël), waarbij de resultaten overeen stemden. De Gezondheidsraad heeft de onderzoeken beoordeeld en concludeert dat de onderzoeken niet goed wetenschappelijk zijn opgezet en uitgevoerd. Volgens de raad is dan ook niet mogelijk om conclusies te trekken uit deze onderzoeken. De Gezondheidsraad is het dan ook niet eens met de conclusie van beide onderzoeken dat er een verband gevonden is tussen het wonen in de nabijheid van een basisstation en het voorkomen van kanker. De Gezondheidsraad acht alle onderzoeken en conclusies niet goed wetenschappelijk onderbouwd en dus niet betrouwbaar. Het wordt tijd dat de Gezondheidsraad in Europees verband een inventarisatie en/of onderzoek gaat doen vanuit gezondheidsoogpunt in plaats van metingen. Maar niets van dit alles, ze verschuilen zich achter metingen uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische zaken. Kritiek uiten is simpel, maar zelf een goed onderzoek doen is er helaas niet bij!

Er zijn tal van ervaringen en publicaties die toch ook de nodige vraagtekens oproepen en zondermeer verontrustend zijn. Ik wil u deze niet onthouden.

Een artikel uit het Dagblad van het Noorden van 14 augustus 2007.

Hoewel uit recent onderzoek is gebleken dat de straling van zeker 211 UMTS en GSM masten in ons land onder de limiet ligt, blijft er verzet bestaan tegen de plaatsing van nieuwe masten. Inwoners van drie wijken in de stad Groningen stappen naar de rechter om de plaatsing van een UMTS-mast tegen te gaan.

Bewoners van De Hunze, Van Starkenborgh en Noorderhoogebrug vinden dat niet goed is onderzocht wat de gezondheidseffecten zijn van deze mast op de lange termijn. Ze tekenden eerder bezwaar aan bij de gemeente, maar die nam de klachten niet in behandeling. Daardoor zien de bewoners zich nu genoodzaakt, om naar de rechter te stappen. Dinsdag stonden Niekerkerkers en Oldekerkers bij de Raad van State om een conflict met hun gemeente en met Vodafone uit te vechten. De bewoners zijn tegen de plaatsing van een 40 meter hoge UMTS mast bij de sportvelden in Niekerk. Bijna 130 Niekerkers en Oldekerkers probeerden vorig jaar met het zetten van hun handtekening te voorkomen dat het gemeentebestuur een bouwvergunning voor de mast afgaf. Inmiddels liggen er ook verzoeken van KPN en T Mobile voor een plek op het sportpark. De huidige mast op de silo van De Vries aan de Oude Zuiderweg heeft gewoonweg onvoldoende bereik.

Een artikel uit het Parool van 31 juli 2007 geeft melding van het volgende.

In Amsterdam hebben verschillende stadsdelen op aandrang van verontruste inwoners al toegezegd het aantal plekken voor de masten te verminderen. Zo klaagden in ZuiderAmstel bewoners van bejaardenhuis d' Oude Raai, waarop een paar masten stonden, over slapeloosheid, hartkloppingen en hoofdpijn. Ook in Tuindorp-Oostzaan werden klachten gemeld na de plaatsing van een mast.

In Amsterdam-West werd de mast bij de Troelstraschool weggehaald, nadat bij enkele kinderen en een leerkracht kanker was geconstateerd. Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer zag zelf geen verband, maar wilde de verontruste ouders wel tegemoetkomen.

De ervaring in het laatste artikel staat helaas niet op zichzelf. Enkele jaren geleden in Saint-Cyr-L’ecole, nabij Parijs, bleken twee jonge kinderen het slachtoffer te zijn geworden van een uiterst zeldzame vorm van kinderkanker (gezwel aan de hersenen op het niveau van de hersenstam). De oorzaak werd toegewezen aan 4 GSM-antennes op het dak van de school. In 1996 stierf een 5-jarig meisje aan deze bijzondere vorm van kinderkanker en in 1998 volgde een
8-jarige jongen aan dezelfde vorm van kanker. Deze vorm van kanker, die zelden bij kinderen geconstateerd wordt, komt ongeveer 80 keer per jaar, onder de gehele Franse bevolking, voor. Deze gevallen lijken nogal buitensporig, onrealistisch en niet te verklaren. Op verzoek van verontruste ouders is er in 2001 een grootschalig gezondheids-onderzoek gedaan waarbij 14 ernstige aandoeningen zijn geconstateerd bij de kinderen, waarvan 4 gevallen van botkanker. Van het 10-tal schoolpersoneel zijn 3 gevallen van kanker geconstateerd. Statistisch is deze hoeveelheid niet te verklaren. Toen de burgemeester, gesteund door een gerechtelijke uitspraak, beperkingen wilde opleggen en bepaalde GSM masten wilde laten verwijderen en verdere uitbreiding wilde verbieden, werd hij door het betreffende Telecom bedrijf in hoger beroep weer voor de rechter gesleept. Uiteindelijk had hij geen kans zijn dorp te beschermen tegen het machtige Telecom gigant. Hij verloor, kreeg ook nog een boete en de conclusie kan getrokken worden dat “de macht van sterken” uiteindelijk altijd weer wint.

Indien men dit in het licht ziet van de situatie van de basisschool de Sporckt in de Reeshof en de nabij gelegen tennisbanen en voetbalvelden dan kan je slechts hopen dat de GSM/UMTS mast niet gevaarlijk is, maar of dat de realiteit eer aan doet vraag ik mij persoonlijk af. Als de “door de Gezondheidsraad onbetrouwbare gevonden” epidemiologische studies realistisch zijn, wat zijn wel de gevolgen op de lange termijn? Indien de trieste omstandigheden van Saint-Cyr-L’ecole slechts alleen voor 10% accuraat en betrouwbaar zouden zijn, dan moet je er toch niet aan denken dat het jouw kind aan straling wordt bloot gesteld en de mogelijke consequenties daarvan.

De huidige president van Frankrijk, Nicolas Sarkozy, heeft in de media laten vallen dat op basis van vele schrijdende gevallen hij voorzichtig wenst om te gaan met plaatsing van GSM/UMTS-masten. Duitsland is al jaren bezig om straling te beperken. Doktoren over de gehele wereld waarschuwen, maar worden niet gehoord. Onze overheid denkt anders en het schijnt Den Haag niet te boeien wat er in andere landen leeft en hoe men omgaat met de gevolgen van mobiele communicatie. De Europese gedachte is wat dit onderwerp betreft een utopie. Samen heeft men de kracht, wijsheid, en kennis de mogelijkheid een flinke stap voorwaarts te maken. Indien ieder land een eigen onderzoek doet, zoals Nederland recentelijk heeft gedaan, dan komt men niet ver. Ten eerste kost het een som geld (16 miljoen) en gedeelde smart is kosten besparend en gebundelde kennis maakt macht.

Het is zondermeer een feit dat mobiele telecommunicatie niet meer weg te denken is uit ons maatschappelijk leven en het kan niet ontkend worden dat het ook van groot economisch belang is. Men mag echter wel vraagtekens zetten hoe men de mobiele telefoons gebruikt. Het is een communicatie middel om te bellen en misschien ook nog wel een SMS bericht te sturen. De reclame golf van de telecom bedrijven die Internet, films, TV en radio via de mobiele telefoon promoten, denken alleen aan hun economisch belang. Het hoogste rendement willen halen uit hun dure investeringen. Al die extra faciliteiten eisen echter meer bandbreedte en hebben als (in)direct gevolg meer masten. Daarnaast hebben alle telecom bedrijven hun eigen masten, omdat ze hun capaciteit niet willen delen met concurrenten, zoals dat in andere landen wel gebeurd. Bij vaste telefonie gebeurt het wel via het KPN netwerk, maar bij mobiele telefonie is dat ogenschijnlijk niet gewenst. Het aantal GSM/UMTS zenders, ondanks de Nederlandse volksdichtheid, ligt vele malen hoger dan dat van onze buurlanden. De vakantie is voor de meeste achter de rug, maar misschien is het u ook wel opgevallen dat naar mate men meer naar het zuiden gaat hoe minder masten men langs de snelweg ziet staan. Langs de Nederlandse rijkswegen staat ongeveer om de 1 a 2 kilometer een mast. Zodra men in België rijdt is dat de helft minder en in Frankrijk is dat nog aanmerkelijk minder. Het beeld in de steden van deze landen is ook niet anders. Misschien spreken cijfers meer tot de verbeelding. In begin 2007 was het aantal GSM/UMTS antennes in Nederland 25.000 stuks. In Frankrijk was dit op dat moment 35.000 stuks. Echter Frankrijk is in oppervlak 13,5 groter is dan Nederland. Nederland bestrijkt slechts 7.4% van het oppervlak van Frankrijk. Pro rata zou Nederland bij een gelijke verdeling op 2500 masten moeten uitkomen. Verdere conclusies mag u zelf trekken.

De situatie in Tilburg en de Reeshof is niet anders. De GSM/UMTS masten groeien sneller dan de bomen en dat zou binnen alle redelijkheid andersom moeten zijn. Ik heb mij de afgelopen 7 jaar ingezet om in een gedeelte van de Reeshof (Dalem) verbeteringen te bewerkstelligen. Er is te vaak een zeer karige groenvoorziening en essentiële voorzieningen als gewoon een redelijk aantal bomen is gewoon onvoldoende. Bomen zijn essentieel voor een gezonde leefomgeving want die zorgen voor zuivere zuurstof en laten wij eerlijk zijn daar kan geen enkel misverstand over bestaan. In een recent artikel, in het Algemeen Dagblad van 14 augustus jl., wordt gemeld “dat bomenziekten rukken op”. Er wordt door onderzoekers beweerd dat ook bomen onderhevig zijn aan straling, met negatieve gevolgen. Op sommige warme dagen is het zo onbehagelijk omdat de lucht te ijl wordt. Waarom kan men in Spanje en Frankrijk heerlijk uren in de zon liggen te bakken, maar hier houden de meeste het niet lang uit. Ook bij 22-25 graden is het vaak onbehagelijk warm. Dat wordt veroorzaakt omdat de lucht niet alleen door de zon wordt verwarmd, maar ook door de warme gebouwen. Er is namelijk groot een tekort aan natuurlijke schaduw. Ga zelf maar ervaren met gemeentes met veel bomen in de woonkernen en wat men in de Reeshof terugvindt. Er worden in sommige straten dode jonge bomen pas na maanden weggehaald, maar worden soms maar voor de helft vervangen. Dus in plaats van meer groen, neemt het groen af. De gemeente schijnt daar toch anders over te denken. Bij de gemeente lijkt de prioriteit meer te liggen bij hoe de wijk er vanuit de lucht bij ligt, in plaats van hoe het is om er te wonen. Tijdens ieder gesprek met de gemeente kreeg ik andere redenen te horen waarom het niet kon. In april van dit jaar heb ik met de verantwoordelijke wethouder en ambtenaar overleg gevoerd over o.a. groenvoorziening en plaatsing van GSM/UMTS masten. Er is niets uit het gesprek gekomen, ondanks dat dit op voorhand wel was gesuggereerd door de ambtenaar. Over meer bomen heb ik nooit meer iets gehoord. Wat betreft straling heb ik een papierwinkel ontvangen van de gemeente, waar ook over de verscheidene stralingsonderzoeken wordt gesproken, met maar één conclusie. Men volgt het advies van de Gezondheidsraad die zich verschuilt achter de metingen uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische zaken.

De opdrachtgever geeft dus duidelijk aan waar de prioriteiten liggen. U weet wie heeft de rechten van de mobiele telefonie verkocht voor miljarden? Juist, hetzelfde Ministerie van Economische zaken. Het college van B&W in Tilburg heeft 7 februari 2006 besloten om, in afwachting van nieuwe studieresultaten over gezondheidsrisico's van zendmasten, geen medewerking te verlenen aan de plaatsing van UMTS zendmasten. Dit geldt overigens alleen voor masten hoger dan 5 meter, die bouwvergunningplichtig onderhevig zijn. Met het recente onderzoek door het Agentschap Telecom van het ministerie van Economische Zaken zijn deze bezwaren eigenlijk van tafel.

In ieder geval, de verzekeraars hebben geen risico willen lopen en vonden genoeg indicaties te hebben om drastische maatregelen te nemen. Begin 2002 besloten de verzekeraars namelijk, zo werd o.a. in de Franse media gemeld, om op de polis van de grote mobiele telefonie bedrijven aansprakelijkheid voor de gezondheidsrisico’s en daaruit voortvloeiend claims, uit te sluiten van de dekking.

Ik wil u naast de gezondheidsaspecten van deze masten echter ook wat anders meegeven. Naast de uitgebreide informatie zijn zendmasten esthetisch natuurlijk oerlelijk. Indien u zou vragen om een bouwvergunning voor een windmolen in uw tuin, dan weet u het antwoord even goed als ik. Zendmasten groeien, bijna zonder enige belemmering, als paddestoelen uit de grond. Gaat u nu eens uit van het standpunt dat u op zoek bent naar een huis en u heeft de keuze tussen een huis met een zendmast in de directe nabijheid en één zonder. Welke heeft uw voorkeur? Indien de keus is tussen een huis met een nabije GSM-mast en één met een mooie eik om de hoek. Welke heeft dan uw voorkeur. De keuze is niet moeilijk te raden. Het bewijs ligt op tafel; de boom heeft een positieve en een GSM-mast een negatief effect op de verkoopbaarheid van een woning. De nabijheid van masten heeft dus effect op de waarde van uw huis. Indien het zich niet direct vertaald in de waarde, dan is het toch wel zeker in de aantrekkelijkheid van de woning. Ik verwacht niet dat de gemeente dit soort gronden meeneemt in de bepaling van de WOZ waarde. Indien u uw huis verkoopt telt het type huis, de buurt, nabijheid van scholen/winkels mee in de waardebepaling en dus waarom niet GSM/UMTS masten maar dan als negatieve factor. Denkt u, als huiseigenaar, maar eens na over de eerst volgende WOZ-waarde bepaling. Gezien dat de waardebepaling van een huis ook beïnvloed door de omgeving is het te overwegen waard economische druk op gemeenten te gaan uitoefenen om plaatsing van GSM/UMTS installaties tegen te gaan, omdat deze een negatief effect hebben op de verkoopwaarde.

U zult zelf uw afwegingen moeten maken hoe u omgaat met deze materie, maar ik denk “daar waar rook is, is vuur”. Wie herinnert zich niet de problematiek met asbest? Hoeveel slachtoffers zijn er gevallen voordat er in gegrepen werd. Hoeveel gevallen van kanker veroorzaakt door asbest hadden niet voorkomen kunnen worden?

Het is niet dat ik alle wijsheid bezit, maar er lijken mij toch teveel aanwijzingen om alle berichten en ervaringen zo maar te negeren. Ik zou het u van harte aanbevelen om zelf wat onderzoek te doen en dan is de website www.stopumts.nl een uitstekend uitgangspunt. Deze site geeft dagelijks updates van allerlei publicaties, ervaringen en krantenberichten. Hoe het ook mogen zijn het is uw gezondheid en de keuze is dan ook aan u. Ik zou dit schrijven willen beëindigen met de raad uw kinderen te beschermen en behoeden voor mogelijke “onbekende” gevaren, gezien het verschijnsel straling toch wel erg de schijn tegen begint te krijgen en al heeft. De meeste kinderen kunnen het gezien hun leeftijd niet zelf en moeten vertrouwen op u als ouder. Ik hoop oprecht dat u dat vertrouwen op waarde weet te schatten en uw kind, indien het de discussie aan kan gaan, later recht in de ogen kunt kijken.

Mocht u de behoefte hebben aan een reactie en/of opmerkingen kwijt willen dan kunt u deze sturen naar: gezondreeshof@gmail.com


Met vriendelijke groet,
A. Fialka

Bronvermelding:
http://www.stopumts.nl
http://www.stralingsrisicos.nl/
http://www.antennebureau.nl/
http://membres.lycos.fr/filterman/
http://www.gezondmilieu.nl/
http://www.kennisplatformveiligmobielnetwerk.info
http://home.versatel.nl/umtsantennes/index.html
http://www.humanite.fr/2002-04-09_Societe_-L-ombre-des-antennes-relais-plane-sur-Saint-Cyr-l-Ecole

Alternatieve/complementaire geneeswijzen in gevaar
Artikel A. Fialka over straling

Alternatieve/complementaire geneeswijzen in gevaar

De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) wordt thans nader bekeken en beoordeeld in de Tweede Kamer. Indien geen erkenningsregel voor niet-conventioneel werkende artsen wordt doorgevoerd, zullen de homeopathisch werkende artsen, de artsen voor niet-toxische tumortherapie (Moerman-artsen), artsen voor acupunctuur en vele anderen op den duur verdwijnen uit de Nederlandse gezondheidszorg.

Het zal duidelijk zijn dat deze niet-conventioneel werkende artsen dan niet meer door verzekeraars zullen worden vergoed. Als deze artsen hun registratie wordt ontnomen zullen vooral de minder draagkrachtige patiënten hiervan zeker als eersten de dupe worden. Bovendien is het dan niet onwaarschijnlijk, dat deze grote artsengroep in zijn geheel ophoudt te bestaan. Dan dus ook geen homeopathie, geen Moermantherapie, geen acupunctuur, enz. meer in onze gezondheidszorg!

In het kader van dit gegeven heeft dokter Moolenburgh een waarschuwend artikel geschreven om patiënten te informeren wat er op dit moment speelt. Tevens is een schrijven van zijn hand verschenen, dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij aanvalt, omdat ze elke alternatief werkende arts een kwakzalver noemt. Het is zeer recent gepubliceerd in een grote streekkrant, Het Haarlems Dagblad. Het is de hoogste tijd dat ook de patiëntenverenigingen zich gaan roeren en actief worden. Leest u zijn bericht.
Bob Th. Hornstra, arts

De Aanval op de Alternatieve Artsen

Een aantal jaren geleden woei er weer eens een vernieuwingswind bij de Haagse regeerders. Na langdurig sleutelen kwam toen de wet BIG op tafel, die het reilen en zeilen in de gezondheidszorg moest regelen. Reeds in het begin van het lijvige document stond, dat de patiënt de genezing mocht zoeken waar men dacht die te kunnen vinden. Als je zo'n vrijheidsbekentenis leest uit Den Haag gaan alle waarschuwingsbelletjes rinkelen, want dan heeft men iets te verbergen. Bij het nauwkeurig lezen van de wet bleek dan ook, dat de burger misschien wel zo vrij werd gelaten als een vogel, maar dat de gezondheidswerkers in een zo nauw keurslijf werden geperst, dat zij er niet veel aan hadden. De vraag was, wat er met deze BIG zou gebeuren wanneer hij was uitgegroeid tot een volwassen varken. Op die vraag is thans een duidelijk antwoord gegeven. In dit stuk zal verder alleen worden gesproken over artsen in het algemeen en alternatief werkende artsen in het bijzonder.

Alle Nederlandse artsen zijn enige jaren geleden opgenomen in de BIG-registratie. Men vindt er dan ook elke huisarts en specialist in terug. Er zijn echter in Nederland ongeveer duizend artsen, die een aparte plaats innemen. Ik heb het over hen, die met het algemeen woord 'alternatief' worden aangeduid. Ik heb het hier niet over huisartsen of specialisten die er iets alternatiefs bij doen, maar over hen die volop alternatief werken. Dat zijn dus bijv. artsen die zich na hun universitaire studie hebben bekwaamd in natuurgeneeskunde, homeopathie, antroposofische geneeskunde, niet-toxische tumortherapie, acupunctuur, manuele therapie, enz. De alternatieve groep dient een zeer nuttig doel.

De reguliere geneeswijze heeft sinds de tijden van Pasteur (midden 19e eeuw) de volgende werkwijze gevolgd: Men stelt een ziekte vast die liefst met een duidelijke wetenschappelijke naam kan worden aangeduid. Men bestrijdt de ziekte met liefst enkelvoudige chemische geneesmiddelen, totdat de symptomen hetzij verdwenen zijn, hetzij dragelijk zijn geworden. Zo nodig snijdt of brandt men stukjes ziekte weg. Men is dus bezig de ziekte weg te werken. Vooral met de infectieziekten, de hoofdmoot in de 19e eeuw, behaalde men met dit schema grote successen.

De alternatieve groep gaat van een totaal andere stelling uit. Daar zegt men dat een ziekte in een lichaam optreedt als het terrein ervoor gunstig is. Men tracht dus primair het terrein zo te genezen, dat de ziekte als het ware geen houvast meer heeft en vanzelf verdwijnt. Vooral bij de meer chronische ziekten, die zo algemeen zijn in de 21e eeuw, boekt die terreingeneeskunde eclatante successen - die bovendien vaak blijvend zijn - en overtreft daarmee de reguliere geneeskunde. Dit is een doorn in het oog van vele zeer orthodox ingestelde artsen. Het is bovendien een schok voor de grote farmaceutische multinationals, die deze gang van zaken als een bedreiging ondervinden voor de afzet van hun chemische producten. Het lag dan ook voor de hand dat de terreingeneeskunde vastberaden zou worden aangevallen. Dat gebeurt nu. Een enorm kartel van farmaceutische multinationals, aangevoerd door een Amerikaanse firma, heeft al kans gezien voor slimme Europese regelgeving. Daardoor zijn veel van de supplementen die de terreingeneeskundigen nodig hebben van de markt aan het verdwijnen. In de homeopathische middelen is al een ware slachting aangericht.

De tweede grote klap (en men denke hierbij echt aan een doelgerichte strategie) gaat dezer dagen in Nederland vallen, want Nederland is altijd het proefterrein voor de rest van Europa. Binnenkort komt de tweede registratie voor de wet BIG en dan raken alle 1000 alternatief werkende artsen hun registratie kwijt. Dit staat echt vlak voor de deur! Het heeft niet de minste zin zoetsappig met de autoriteiten te keuvelen en hen te vertellen welk nut het alternatieve circuit in de Nederlandse gezondheidszorg heeft. Tot de vernietiging van dat circuit is al lang besloten en men zal alleen gesprekken houden om de zaak zo veel mogelijk binnenskamers te houden tot het te laat is. De bijna religieus fanatieke tegenstanders van alles wat alternatief is, die verenigd zijn in de vereniging tegen de kwakzalverij, gooien daarbij gretig olie op het vuur. Men moet begrijpen dat we hier te maken hebben met veel meer dan een zuiver medisch verschil van mening. We hebben hier te maken met diegenen uit de reguliere ambtenarij, die dictatoriaal hun wil aan het hele Nederlandse patiëntenbestand willen opleggen. Het is een stukje totalitaire staat dat hier in de maak is. Men gebruikt bij het doordrukken van de besluiten regelmatig het argument WIJ kunnen bewijzen dat onze therapie helpt, JULLIE niet. Men bedoelt daarmee, dat men de werkzaamheid van medicamenten met behulp van dubbelblind testen, statistieken en laboratoriumgegevens aantoont. Of de patiënt zich beter voelt is daarbij van secundair belang. Laat de reguliere geneeskunde eerst maar eens haar gelijk bewijzen. Wij dagen haar uit tot een wedstrijd: Laten we eens precies kijken hoe patiënten er percentsgewijze in het reguliere circuit BLIJVEND genezen (waarmee ik bedoel, dat niet door medische verschuifkunde de ene ziekte voor een andere wordt ingewisseld). En laten we ook kijken hoeveel patiënten er percentsgewijze in het alternatieve circuit blijvend genezen. Ik geef u op een briefje dat het resultaat voor de reguliere geneeswijze bijzonder onaangenaam zal zijn. Men zal deze uitdaging dan ook niet aannemen.

Wat kan het alternatieve en thans bedreigde circuit dan beginnen? De eerste mogelijkheid is de directe aanval op de staat. 1000 Artsen schrijven goede supplementen voor. Laten de desbetreffende geneesmiddelenfirma's ons financieel helpen een proces tegen de staat aan te spannen. We gaan desnoods door tot het hof in Straatsburg. Het is namelijk verregaand onethisch en hoogstwaarschijnlijk illegaal om een universitair afgestudeerde arts zijn registratie af te pakken wanneer deze arts zijn beroep gewetensvol uitoefent. Het gaat in tegen de rechten van de mens en zelfs tegen de verklaarde opzet van de BIG, dat de patiënt de genezing daar mag zoeken waar hij wil, zelfs al was die tekst een stukje doortrapte schijnheiligheid. Er is echter een tweede weg in plaats van de juridische. Die vereist minder geld maar meer lef. Laat men rustig aan de alternatieve artsen hun registratie ontnemen. Dan nemen de alternatieve artsen een nieuwe titel aan, nl. H-arts (Hippocrates-arts), want zij zijn de echte volgelingen van Hippocrates, de stamvader van de geneeskunde, wiens devies luidde: 'Allereerst niet schaden' (bedenk dat 10% van de patiënten in de ziekenhuizen daar liggen wegens de giftige werking der hedendaagse medicijnen). Als die 1000 man/vrouw sterke artsengroep een afspraak maakt met een goede verzekeringsmaatschappij dat hun medicijnen vergoed zullen worden en deze hun patiënten consequent aanraadt die verzekeringsmaatschappij te nemen, dan omzeilen ze de BIG en laten ze dat varkentje in zijn eigen vet gaarsmoren. Natuurlijk moeten die 1000 artsen dan wel lid zijn van een overkoepelende alternatieve of liever Hippocratische artsenvereniging. De ABNG 2000 lijkt me op het ogenblik de beste papieren te hebben voor zo'n functie. We kunnen met eigen opleidingen en eigen tuchtregelingen en een eigen verzekeringscircuit een heel eind uit de voeten. Ik droom zelfs van een eigen Hippocratische universiteit. Op dat moment zijn we een volwaardige gesprekspartner geworden van de reguliere geneeskunde. Wij behoeven niet met de pet in de hand bij de reguliere geneeskunde aan te kloppen en nederig te verzoeken of we ook mee mogen doen. Daar zijn onze resultaten veel te goed voor en de catastrofen in de reguliere gezondheidszorg veel te groot. Men mag blij zijn dat wij bestaan en dat wij vele mensen kunnen helpen die in het reguliere circuit buiten de boot zijn gevallen.

Tenslotte nog dit: De afschaffing van de alternatieve registratie wil zeggen, dat wij niet meer door de verzekeringen worden vergoed. Het betekent óók dat degenen met minder geld ons slechter zullen kunnen bereiken en dat is niet in overeenstemming met de hoogdravende uitspraken van de politiek, die altijd beweert voor de zwakkeren op te komen. Laat de politiek dat dan een keer waar maken en een stokje steken voor de schandalige BIG plannen.

H.C. Moolenburgh, arts

Alternatieve/complementaire geneeswijzen in gevaar
Artikel A. Fialka over straling




Aangesloten bij de LVNG onder nummer 10004960163

Geregistreerd als Register-therapeut Natuurlijke Genees- en behandelwijzen bij de SRBAG onder nummer 211725.

VOF Praktijk voor Natuurgeneeskunde Sanen
BTW nummer: 8183.74.184